» Strafrecht

Onderwerp: Mediation, Strafrecht

Een goed excuus kan wonderen doen

Een excuus van een dader moet niet gericht zijn op het verwerven van begrip voor de dader zelf. Een ‘goed voorbeeld’ van zo’n slecht excuus is datgene waar acteur Kevin Spacey mee kwam, toen hij in het kader van de #metoo beweging werd beschuldigd van seksueel misbruik. Spacey probeerde begrip voor zichzelf te verwerven door ‘uit de kast’ te komen als homoseksueel. Zijn excuses kwamen niet over, zo bleek uit reacties op sociale media.

Ook in Nederland ging een bekende dader, Camiel Eurlings, de mist in met zijn publieke excuses. Het begrip van de dader moet in ieder geval niet gaan over begrip voor de dader zelf. Het moet gaan over het door de daad aangerichte leed. Ik schreef er een stukje over voor NRC-Handelsblad.


Onderwerp: Mediation, Strafrecht

Regeerakkoord: veel woorden, geen daden?

In het regeerakkoord klinkt het veelbelovend. De mogelijkheden tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting zoals mediation en laagdrempelige vormen van rechtspraak worden zo mogelijk uitgebreid, staat er onder het kopje Rechtspraak op pagina 7.

Mooie woorden. Dit kabinet zal zeker ruimte gaan bieden voor succesvolle innovaties zoals mediation in strafzaken en de spreekuurrechter (lees hier een artikel en een interview in het Tijdschrift Conflicthantering daarover). Dat mochten we toch wel verwachten?

Als het aan de nieuwe minister van Rechtspleging, Sander Dekker, ligt kennelijk toch maar niet.

20171025_foutenDekker lijkt weer uit het oude vaatje te gaan tappen. Het vaatje waar oud-minister Van der Steur ook uit wilde tappen. Namelijk, liever geld naar spreekrecht voor slachtoffers dan geld naar dialoog tussen slachtoffer en daders (mediation). De Tweede Kamer floot Van der Steur kamerbreed terug.

Maar Minister Dekker probeert het gewoon nog een keer? Terwijl duizenden slachtoffers en daders tevreden zijn over de mediation in hun strafzaak? Terwijl de Tweede Kamer al heeft uitgesproken dat er structureel geld gereserveerd moet worden voor mediation in strafzaken?

Wat een teleurstelling. Nu al! Rutte II is nog niet eens 100 dagen aan de slag.

De Vereniging mediators in strafzaken stuurde een brandbrief naar de Tweede Kamer.

Hopelijk wordt die opgepikt en laat de Tweede Kamer zich niet met een kluitje in het riet sturen.


Onderwerp: Strafrecht

Strafrecht in zedenzaken is sharia-wetgeving

De column van Folkert Jensma in NRC Handelsblad van afgelopen weekend is mij uit het hart gegrepen. Jensma betoogt dat slachtoffers van zedenmisdrijven weinig hebben aan het strafrecht. Gemiddeld gaat 16% van de slachtoffers naar de politie om aangifte te doen. En van dat geringe percentage leidt een nog kleiner deel tot een succesvolle veroordeling van een dader.

De meeste slachtoffers doen geeneens aangifte. Ligt dat aan die slachtoffers? Nee, natuurlijk. Slachtoffers schamen zich en zijn vaak terecht bang voor de gevolgen van een aangifte. Victim blaming is bij de verdediging van verdachten in de rechtszaal een veel voorkomende strategie. Dat is echt niet zo leuk om mee te maken. En soms hadden de slachtoffers ook naar hun eigen idee een aandeel, bijvoorbeeld in de vorm van een sexy outfit of een drankje teveel op.

Bovenal is gebrek aan bewijs de grote boosdoener. Want hoe bewijs je een verkrachting of aanranding als er geen getuigen bij waren? Bij huiselijk geweld, verkrachting en aanranding is dat uit de aard der zaak zelden het geval. Minderjarige kinderen die soms wel getuige zijn van huiselijk geweld, worden om goede redenen niet als zodanig gehoord.

Monopoly_Kans-01En zelfs als er wel getuigen waren, dan nog is een veroordeling geen gelopen race. Als lid van het Schadefonds Geweldsmisdrijven kan ik dat beeld alleen maar bevestigen. De afgelopen jaren heb ik bijvoorbeeld regelmatig dossiers gezien van meest jeugdige slachtoffers die stelden dat ze GHB of een dergelijke rape drug in hun drankje moeten hebben gehad, omdat ze anders nooit bij bewustzijn (ook al herinneren ze zich er feitelijk niks van) hadden laten filmen, terwijl ze met een groep jonge mannen zowel vaginale als orale seks hadden. Dat zijn pijnlijke strafzaken, waarbij slachtoffers met lege handen en nogmaals geslachtofferd op het altaar van het recht achterblijven.

Ons strafrecht is in feite sharia wetgeving. Het staat niet letterlijk zwart op wit, maar ook Nederlandse slachtoffers moeten hun getuigen meebrengen naar de rechtszaal. Anders kunnen ze het wel vergeten. Dus wat is het verschil met de door Nederlandse rechtsgeleerden of islam-bashers zo verguisde sharia-voorschriften? Zonder getuigen  is het bewijzen van een zedenmisdrijf of stelselmatig huiselijk geweld een crime. Ook als alle klassieke markers in het verhaal van een vrouw aanwezig zijn en duiden op gedwongen seksuele handelingen en op geweld, wordt de zaak meestal als onbewijsbaar terzijde geschoven. Strafrecht bij zedenzaken en seksueel geweld: anno 2017 is het nog altijd A Man’s World.


Onderwerp: Mediation, Strafrecht

Zeer prettig juridisch verwoord

Annet Huizing schreef het beste, mooiste en leukste juridische handboek dat ik tot nu toe las.

Margot Westermann voorzag het van geweldige illustraties.

Geschikt voor iedereen tussen de elf en honderdelf. 1454937408netflix-bcs-boomerang-recto-218x300

Lees hier mijn recensie voor het Tijdschrift Conflicthantering.


Onderwerp: Mediation, Strafrecht

Mediation werkgelegenheidsproject?

Afgelopen week was ik bij de feestelijke eerste algemene ledenvergadering van de Vereniging mediators in strafzaken; de VMSZ. Een jonge vereniging die het nodige werk aan de winkel heeft:

– lobbyen voor structurele financiering van mediation in strafzaken (nog steeds geen gelopen race);

– meewerken aan de introductie van mediation in strafzaken bij alle rechtbanken in Nederland;

– bijdragen aan de kwaliteit van mediation in strafzaken.

Met veel enthousiasme is het bestuur samen met de eerste lichting leden aan de slag gegaan. Een groep van ruim 100 mediators in strafzaken heeft de afgelopen twee jaar in heel Nederland in zo’n 2500 strafzaken met succes bemiddeld. Deze mediators kunnen ook verschil gaan maken bij het succesvol doorverwijzen van slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven naar het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Daarover ging een belangrijk deel van de VMSZ-bijeenkomst op 5 oktober. Het was een leerzame middag.

Mediators in-spé

Er klonk slechts één valse noot. Eén van de aanwezige vertegenwoordigers van een opleidingsinstituut waarschuwde het bestuur van de vereniging voor ‘de onrust’ onder vele net opgeleide mediators in strafzaken. Enerzijds omdat de kwaliteitseisen waaraan mediators in strafzaken moeten voldoen volgens de mediators-in-spé niet duidelijk zouden zijn. Anderzijds, omdat ze er als net-opgeleide mediator in strafzaken ‘niet tussen komen’ bij de rechtbanken, die bezig zijn om mediation in strafzaken op een zorgvuldige manier te introduceren en daarvoor ervaren mediators inzetten.

Om met de laatste klacht te beginnen: het is niet voor het eerst dat ervaren mediators (van de VMSZ kunnen inderdaad alleen de echt ervaren mediators lid worden) van sommige opleidingsinstituten te horen krijgen dat zij zich verantwoordelijk moeten voelen voor de kansen op de mediation-markt van de door de opleidingsinstituten vers opgeleide aspirant-mediators. Maar waarom eigenlijk?

Probleem afwentelen

Zelf leid ik ook mediators in strafzaken op. Ik verkoop deze opleiding nooit met een ‘werkgarantie’ of iets wat daarop lijkt. Natuurlijk niet. Andere opleiders zouden hun cursisten ook beter gewoon eerlijk voorlichten. Mediation in strafzaken staat in Nederland namelijk nog steeds in de kinderschoenen. Er zijn de afgelopen jaren meer dan genoeg mediators opgeleid om de komende jaren te voorzien in de doorverwijzingen vanuit het strafrechtsysteem. De opleidingsinstituten hebben de boter dus hoogst persoonlijk op de eigen hoofden gesmeerd. De instituten willen wel een centje verdienen aan het opleiden van de mediators in-spe en wentelen het (arbeids)marktprobleem vervolgens af op anderen.

De Mediationbureaus van de rechtbanken vormen op dit moment inderdaad pools van mediators, waarbinnen in koppels wordt samengewerkt aan de verwezen strafzaken. De mediators doen onderling aan intervisie en verder alles wat nodig is om kwaliteit te leveren. Dit werk wordt dus inderdaad gedaan door ervaren mediators, ondanks het feit dat de vergoeding voor mediation in strafzaken onder de kostprijs ligt (de standaardvergoeding is 400,- euro per mediation, ex BTW). Als er ruimte is voor het introduceren van nieuwelingen, dan worden ook die weer door ervaren mediators gratis meegenomen in een training on the job.

Zelf heb ik me nu op deze en op vele andere manieren een decennium lang ingezet om mediation in strafzaken van de grond te krijgen in Nederland. Zoals gezegd is het nog steeds geen gelopen race, maar het ziet er beter uit dan ooit.

Waarom moeten ervaren mediators plaats maken voor nieuwe mediators?

Waarom zouden ik en andere ervaren mediators nu opeens opzij moeten stappen voor mediators die het – ten lange leste – ook aandurven om zich te presenteren als mediator in strafzaken? Nu het erop lijkt dat het weleens zou kunnen gaan lukken? Hoe komt het toch dat mediators die hun vier- of vijfdaagse specialisatie opleiding hebben voltooid dit als een garantie op werk opvatten? Wie heeft hen wijsgemaakt dat mediation een werkgelegenheidsproject is? Ik in ieder geval niet. De opleidingsinstituten en de mediators met wie ik samen (wil) werk(en) ook niet.

Zoals een collega mediator het vorige week verwoordde: als een medicus zijn specialisatie tot cardioloog heeft afgerond, de diploma’s heeft behaald, dan gaat die cardioloog in-spé toch geen willekeurig ziekenhuis bellen en aankondigen “zo, vertel mij eens, wanneer kan ik bij jullie beginnen?” Die figuur zou toch raar worden bekeken als hij of zij daaraan toevoegt: “ja, hoor eens even, ik heb daar recht op, ik heb mijn diploma’s behaald”. Die vlieger gaat volgens mij ook niet op voor: accountants, piloten, kapsters, leerkrachten, buschauffeurs, bouwvakkers, hotelmanagers, bloemisten, elektriciens, advocaten, acteurs, en ga zo maar door. Dat zou voor mediators anders zijn?

Ellebogen-werk

Erg mild kan ik ook al niet zijn over ‘de onrust’ die kennelijk onder mediators in strafzaken in-spe bestaat over de extra eisen die de Mediationbureaus van de rechtbanken stellen aan de kwaliteit van de in te zetten mediators. Zoals blijkt uit het hoofdstuk dat ik met mijn collega-bestuurder van De Mediation Coöperatie Jent Bijlsma voor het Handboek Mediation schreef, gaan deze extra kwaliteitseisen voor mediators in strafzaken ons in ieder geval niet ver genoeg.

Want wat betekent het nou helemaal voor de kwaliteit van een mediation dat een mediator drie keer ‘meeliep’ met een ervaren mediator? Dat de mediator in-spé aan 10 zaken samen met een andere mediator moet hebben gewerkt voordat hij of zij ‘alleen’ op pad mag? Over dat alleen op pad gaan: daar ben ik als fervent voorstander van co-mediation tégen, ook als het om ervaren mediators als mijzelf gaat.

En zeg nou zelf: zou jij gerustgesteld zijn als je cardioloog, tandarts of oncoloog je toevertrouwt dat jij de elfde patiënt bent en dat begeleiding van een ervaren collega (echt, hoor!) he-le-maal-niet-meer-nodig is? Mediators die kwaliteit verwarren met ellebogenwerk, komen er bij De Mediation Coöperatie in ieder geval niet in. Wat mij betreft daarbuiten ook niet. Waarom zouden slachtoffers en verdachten met dienstverlening van twijfelachtig alooi genoegen moeten nemen? Met mediation in strafzaken als werkgelegenheidsproject voor mediators? Ik dacht het niet. En ik ben blij met een VMSZ die mediation in strafzaken als volwaardig beroep wil profileren.


Onderwerp: Mediation, Strafrecht

Zeuren over geld

Zeuren over geld: ik hou er niet van. Niet als mens, niet als mediator. Toch doe ik het nu. Hoe komt dat?

Ik ben een van de ruim honderd mediators die de afgelopen jaren bemiddelden in duizenden strafzaken die door officieren van justitie en rechters werden doorverwezen naar mediation. In NRC schreef ik onlangs waarom dat een goede zaak is. Ik ben er namelijk blij mee dat anno 2017 al zoveel slachtoffers en daders de kans krijgen om de onderlinge verhoudingen te verbeteren, de emotionele en materiele schade te herstellen. Mediator in strafzaken zijn: het is bevredigend werk. Daar hoor je mij dus niet over zeuren.

Ik zeur over geld.

Want mediators in strafzaken moeten ook ergens van leven. Het zijn mensen van vlees en bloed die geld nodig hebben om hun eten en hun rekeningen te betalen. Al vijf jaar nemen mediators in strafzaken genoegen met een vergoeding van 800,- euro per zaak, exclusief BTW, per twee mediators. Steeds opnieuw wordt ons voorgespiegeld: dit is tijdelijk. Er is op dit moment weinig budget, maar dit wordt beter.

Alle strafzaken worden in co-mediation uitgevoerd, daar zijn goede redenen voor. Bij een gemiddelde besteding van pak-hem-beet 15 tot 20 uur per mediation per mediator levert dat een uurloon op van: 20 euro per uur, ex BTW, inclusief reis- en kantoorkosten. Voor een ervaren mediator in strafzaken. Minder dan het wettelijk minimumloon van een 23-jarige.

Mediators in strafzaken verdienen minder dan advocaten in strafzaken op toevoeging. En die hebben ook al bepaald geen vetpot. Eerder rekende ik in het Tijdschrift Conflicthantering voor hoe dat beter kan: honoreer advocaten en mediators in strafzaken tenminste volgens de rijksbreed conforme vergoeding met 125,- euro per uur.

Want waarom betaalt de rijksoverheid veel hogere vergoedingen aan professionals die zij zelf voor eigen doelstellingen of ten eigen bate inhuurt dan voor professionals die burgers begeleiden om heftige conflicten de wereld uit te helpen?

‘Geen budget’

Gisteren was ik door het ministerie van V&J uitgenodigd op het Derde Congres over de beoogde modernisering van het Wetboek van Strafvordering. SG Siebe Rienstra kondigde aan dat er echt iets moet gebeuren aan de honorering van advocaten. Daar ben ik het van harte mee eens. Al denk ik: eerst geloven, dan zien? De discussie hierover sleept zich immers al jaren voort. En: geen woord van Riedstra over de honorering van mediators in strafzaken.

Op verzoek van het ministerie was ik om 09.15 present, om de Lagerhuisdebatten met Astrid Joosten waar ik aan mee zou doen voor te bespreken. Vanaf half twaalf was ik aan de beurt. Vervolgens tot 16:30 drie keer een uur in touw. Met veel plezier. Ik was blij met de kans om mediation in strafzaken neer te zetten op zo’n belangrijk congres.

Toch wringt het. Ik weet het. Het is gezeur. Gezeur over geld.

Van tevoren had de organisatie mij gezegd dat er ‘geen budget’ is voor advocaten en zzp’ers: dus voor mediators zoals ik. Natuurlijk, Astrid Joosten (ze deed het uitstekend) werkt niet gratis. Ook voor de voortreffelijke cateraars is ‘strijken met de eer’ niet materieel genoeg. De vertegenwoordigers uit de strafrechtketen worden betaald door de belastingbetaler: zij ontvangen hun salaris/bezoldiging. Dit wordt niet gekort vanwege hun aanwezigheid op een congres met hapjes en drankjes op kosten van de belastingbetaler. Ik geef toe: zzp’ers en advocaten mochten een vorkje meeprikken.

Akkoord. Wij ondernemers maken dit vaker mee. We geloven in wat we doen, dus hup: niet zeuren. Daar gaan we weer. Op eigen kosten naar een overheidscongres.

Het wringt

Het was een inspirerende en constructieve dag. Aan het eind van de middag kwam de alleraardigste mevrouw van het ministerie nog even naar me toe om me te bedanken. Het was goed gegaan, dat vond zij ook en hier – ze stak haar hand uit met een envelopje erin – was nog een aardigheidje. Ze drukte me een bon in de hand. Een wetenschapster die ook op het congres was en toekeek zei tegen me: nou, dat is goed van het ministerie! Jij verdient echt wel een dikke bon! Je hebt er hard voor gewerkt.

Ik vroeg aan de wetenschapster of ze met me wilde wedden: zou het een dikke of een dunne bon zijn? De wetenschapster gokte op: 150,- euro.

Ik keek haar meewarig aan. Ik ben al zo vaak uitgenodigd door rechtspraak, openbaar en/of andere ministeries om een leuke presentatie te verzorgen en een halve of hele dag te spenderen in het geweldige gezelschap dat deze professionals bijeen brachten. In ruil voor een fles (zure) wijn of: helemaal niets.

Ik gokte op: 50,- euro. De wetenschapster keek me ontzet aan: zo weinig zal het toch niet zijn?

Gelukkig! Of nee, helaas! Ik kreeg meer gelijk dan de wetenschapster. Als bedankje voor 10 uur inzet (inclusief voorbereiding) werd me een vvv-bon van 25,- euro in mijn handen gedrukt. Omgerekend een uurloon van 2,50 euro. Inclusief of exclusief BTW? Reiskosten? Ik zou het niet weten. Wat ik wel weet is: dit is wat het ministerie van Veiligheid & Justitie overheeft voor de inzet van een gekwalificeerde professional als ik zelf.

Wat een belediging. Ik had het liever gratis gedaan.

En ja, ik weet het, een gegeven paard mag je niet in de bek (ik weet het: mond) kijken. Dat is niet netjes. Ik ben keurig opgevoed. Maar ik heb er genoeg van. Echt. Meer dan genoeg. Tabak!

De vvv-bon ter waarde van 25 euro ligt hier klaar. Samen met een concept-brief aan de nieuwe minister van V&J. Waarin ik uitleg dat ook mediators in strafzaken een redelijk honorarium willen. Dat ik geen aalmoes van een ministerie hoef. Dat ik en mijn collega-mediators-in-strafzaken fatsoenlijk betaald willen worden voor het werk wat we doen.

Dus, zodra bekend is wie de nieuwe minister van V&J wordt, dan krijgt zij of hij post. Van mij. Een brief. En een vvv-bon van 25,- euro. Bekostigd uit de eigen justitie begroting. Eens informeren welke bewindspersoon daarvan wel een hypotheek weet te financieren.


Een druk najaar 2017

Sinds mediation in strafzaken per 1 juni 2017 overal in Nederland wordt aangeboden heb ik het druk! De verwijzingen van de ‘oude’ en ‘nieuwe’ rechtbanken komen goed op gang.

Daarnaast staan er ook interessante bijeenkomsten en trainingen op het programma. Ik noem hieronder de leukste:

  • 12 september 2017 begint de Specialisatie mediation in strafzaken bij Caleidoscoop en The Lime Tree. Er zijn zelfs nog een paar plekjes over! Schrijf je gauw in of tip je collega!
  • 14 september 2017 doe ik mee aan het Lagerhuisdebat onder leiding van Astrid Joosten op het 3e Congres Modernisering van het Wetboek van Strafvordering van het Ministerie van Veiligheid & Justitie
  • 21 september 2017 staat de studiemiddag van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) over de betekenis van mediation in strafzaken op het programma
  • 5 oktober verzorg ik samen met deskundigen van het Schadefonds Geweldsmisdrijven een training over de betekenis van het aanvragen van een tegemoetkoming uit het Schadefonds bij mediation in strafzaken voor de Vereniging mediators in Strafzaken
  • 17 november 2017 verzorgt het Public Mediation Programme van de Universiteit van Amsterdam de conferentie ‘The State of Conflict in the Netherlands’. reserveer hier
  • 1 december 2017 doe ik samen met de Vereniging mediators in strafzaken een workshop over mediation in strafzaken op het jaarcongres van de Mediationfederatie Nederland

Onderwerp: Mediation, Strafrecht

Strafrecht, met hier en daar een mediation

In september 2015 verschenen in Nederland twee onderzoeken over herstelbemiddeling in het strafrecht. Het eerstgenoemde is een evaluatie van de pilots die in 2014 en 2015 zijn bekostigd door het ministerie van Veiligheid & Justitie (V&J). In het onderzoek zijn zowel deelnemende slachtoffers en daders als mediators en verwijzers (politie, openbaar ministerie en rechters) bevraagd over hun ervaringen. Het onderzoek bevat onder meer informatie over enkele kenmerken van de deelnemers aan de gesprekken, hun verwachtingen van te voren, na afloop en na verloop van tijd. Ook naar de inhoud van de overeenkomsten – waarvan ruim 75 percent van de respondenten zegt tevreden te zijn – is gekeken. De verwijzers nemen een succesvolle mediation in ieder geval serieus: in 75 percent van de gevallen volgt een sepot. De meeste respondenten onder de slachtoffers en daders zijn afkomstig uit de pilots die zijn opgezet bij zes rechtbanken en een pilot in Utrecht, waar verwijzing naar mediation in de politiefase centraal stond. Het minst tevreden blijken de betrokkenen over de mogelijkheden om te komen tot ‘waardeherstel’. Het Tilburgse onderzoek kun je downlaoden via rijksoverheid.nl

hooliflowerDe Minister van Veiligheid & Justitie kondigde in een brief aan de Tweede Kamer op basis van het Tilburgse evaluatie onderzoek aan dat hij mediation in strafzaken zal inpassen in het strafrecht (TK II, 2015-2016, 29528, nr. 10). De evaluatie van de resultaten laten volgens de minister zien dat mediation een wezenlijke aanvulling is op het reguliere strafrecht. Hij verwacht dat inpassing ‘binnen de bestaande financiële kaders’ kan gebeuren. Een mooi politiek eufemisme om te zeggen dat de status en de inpassing van mediation in strafzaken in Nederland nog immer ongewis is. Het is te hopen dat de Tweede Kamer de financiële kaders bij de begrotingsbehandelingen wat steviger op de kaart weet te krijgen.

De minister schrijft in de brief verder dat het resultaat op het welbevinden van de deelnemers hem tegenvalt. Toch meldt ruim 40 percent van de deelnemers dat ze zich beter voelen door de mediation. Het evaluatieonderzoek vergelijkt het welbevinden van deelnemers aan mediation niet met dat van slachtoffers en daders die zonder mediation door het strafrecht worden geloodst. Een dergelijke vergelijking wordt wel gedaan in het tweede onderzoek, dat laat zien dat bemiddeling in strafzaken een significant effect heeft op recidive vermindering van daders. In dit onderzoek is de dadergroep ‘met bemiddeling’ vergelijken met een dadergroep ‘zonder’. De daders zijn allen afkomstig uit een bemiddelingsbestand van het Openbaar Ministerie in Zuid-Limburg. Het onderzoek van de Universiteit Maastricht laat zien dat deelname aan bemiddeling in strafzaken een significant effect heeft op het verminderen van de recidive van daders, vergeleken met daders die in het reguliere strafrecht traject terechtkomen (zonder bemiddeling). Het artikel van Jacques Claessen c.s. over het onderzoek in het Nederlands Juristenblad kun je hier lezen.


Onderwerp: Mediation, Strafrecht, VPT

Verhaal brengen

Aan de registratiesystemen van de overheid waar medewerkers incidenten kunnen melden over agressie (bekend onder de afkortingen ARO, GIR – en dergelijke) is een nieuwe lijst toegevoegd met eenvoudige vragen. Deze extra vragen zijn het resultaat van een succesvol experiment van het Bureau Regionale Veiligheidsstrategie Utrecht. Het bleek dat het beantwoorden van de extra vragen over de feitelijke toedracht van incidenten de meldingen duidelijker, concreter en vollediger maken. Dat werkt niet alleen beter als er aangifte gedaan moet worden, maar ook kan de organisatie op basis van verbeterde informatie ook efficiënter zelf in actie komen. Als mediator ben ik verheugd dat daarbij ook aandacht is voor de inzet van mediation, als reactie op agressie.

15137_200424fcnl181Lees meer in het blog dat ik samen met Esther van de Kamp van het bureau RVS schreef voor het Expertisecentrum Veilige Publieke Taak.


Onderwerp: Mediation, Strafrecht

Schadevergoeding: inclusief alles

Als lid van het Schadefonds Geweldsmisdrijven kom ik in aanraking met slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven. Het is mooi dat het schadefonds de slachtoffers een tegemoetkoming kan bieden. In sommige gevallen is dat tientallen jaren na dato. Bijvoorbeeld als het misbruik plaatsvond in hun jeugd, terwijl ze onder toezicht stonden van een instelling voor jeugdzorg. De verhalen van deze slachtoffers blijven me bij. De impact op hun ontwikkeling en volwassen leven is zonder uitzondering groot. De tegemoetkoming van de overheid aan deze slachtoffers is voor de overheid een manier om verantwoordelijkheid te nemen voor dit misbruik en ook om het boek te sluiten. Voor de slachtoffers begint het dan juist vaak weer opnieuw.

45882_het-is-zoals-het-isIk schreef er een blog over. Wat zou het goed zijn als wij – de maatschappij – in staat zouden zijn de slachtoffers te helpen om echt aan een nieuw hoofdstuk te beginnen van hun leven. Beter laat, dan nooit.